Een inspirerende ontmoeting…

18 april 2016

Maandagochtend, 8.10 uur. Ik heb me voorgenomen om vóór het werk een half uurtje te gaan tekenen in de Huiskamer van Rotterdam Centraal. Bij het raam met uitzicht op de hal staat een rij kleine zitjes elk bestaande uit een klein rond tafeltje en twee stoeltjes. Na een capuccino besteld te hebben zoek ik het zitje in de hoek op. Ik ga zitten op het stoeltje dat helemaal in de hoek staat, met de rug tegen een pilaar, maar dat voelt niet als een lekkere plek om te tekenen. Ik kies de andere stoel bij hetzelfde tafeltje, een halve meter verderop en pak mijn tekenboekje en potlood.

 

Een merkwaardige gast

Nog voor ik begonnen ben met tekenen komt een man op leeftijd aanschuifelen. Hij wurmt zich tussen mijn stoel en het andere stoeltje door en zegt dat hij dáár in de hoek graag op dat stoeltje zou willen zitten.

Ik ben verrast dat iemand bij mij aan het tafeltje komt zitten terwijl er nog zoveel plekken leeg zijn en leg mijn tekenblok op ons tafeltje. Mijn cappuccino zet ik er naast. Nu heb ik mijn handen vrij om mijn eigen stoel een stukje op te schuiven. “Ik zou mijn koffie graag op dit tafeltje zetten”, zegt hij, en vervolgens: “Kunt u mij even die gindse stoel aangeven en hier neerzetten, voor mijn jas.” Hij wijst naar de smalle plek tussen mijn stoel en zijn stoel. Ik ben nog niet over mijn verbazing heen, maar gek genoeg valt de irritatie mee.

Ik antwoordt: “Eigenlijk vraagt u mij of ik ergens anders wil gaan zitten.”

“Ja, ja, eigenlijk wel”, zegt hij een beetje lachend, op een toon van ‘zo had ik het nog niet bekeken, maar het is eigenlijk wel waar ja’.  Ik schuif op naar het volgende zitje en besluit het allemaal niet erg te vinden, hij zal er wel zijn redenen voor hebben. Ik zeg “Geniet van uw koffie”, neem een slok koffie en pak mijn tekenboekje weer.

Nog voordat ik ben begonnen met tekenen zegt hij: “Weet u, ik ben 84 jaar, ik kom hier iedere dag, dit is mijn enige uitje. Bent u aan het tekenen? Ik ben ook tekenaar.” Dan begint een bijzondere kennismaking.

 

De kennismaking

Ik schuif mijn stoel op en ga weer bij hem aan het tafeltje zitten. We raken in gesprek. Ik vraag hem of hij hier nu ook kwam om te tekenen, maar hij geeft aan dat dat niet het geval is. Wat hij dan zoal tekent, de stad Rotterdam? “Nee, altijd alleen maar mensen.” Maakt u alleen potloodtekeningen? “Nee van alles, soms potlood, maar ook veel etsen, schilderingen, grafisch werk. U moet maar eens op de computer kijken op … even  wachten… (hij haalt een verfrommeld papiertje tevoorschijn)… hierop: grafischatelierminnigh.nl. Daar staan dingen van mij op geloof ik. Ja, ik heb er zelf niks van gezien hoor, ik heb geen computer, maar daar zou u het moeten kunnen vinden”.

Ik bedenk me dat ik mijn smartphone bij me heb en dus wel even kan kijken wat er op die site te vinden is, zodat hij het ook meteen kan zien. Ik laat hem de startpagina van het atelier zien en bekijk het rijtje menu-items. Tja, welke zou nou over hem gaan? Ik som de  menu-items op: “Jaap Weg vertelt over zijn werkwijze”“Ja, die is het. Jaap Weg, dat ben ik.”

“Kijk, daar ziet u mij op de foto. En zij, naast me, gaat altijd mee als ik ergens heen ga”. Hij vertelt dat het hier om een bijeenkomst ging voor en met studenten van de Willem de Kooning academie. Dat ze hem vroegen hoe hij te werk ging, waar hij zijn inspiratie vandaan haalde, hoe hij altijd begon met tekenen. “Maar ja, daar kon ik allemaal geen antwoord op geven, dus ik denk niet dat ze er veel aan gehad hebben, haha.”

“In 1957 heb ik op Schiphol eens een schilderij gemaakt over de mathematica, van telramen tot eletronische rekenmachines, dat was een schilderij van 1600 vierkante meter groot. Ik weet nog dat ik daar een ovaal op moest tekenen van 8 meter doorsnee. Ik zou niet meer weten hoe ik dat voor elkaar gekregen heb.” (Later vond ik op de website van Lex Zonneveld de schildering waar hij het over had: zie http://ariezonneveld.nl/1930039.htm en scroll naar beneden naar 1957).

 

Zijn vriend Jan Schoonhoven

“Maar ik wil u niet van uw werk houden” en hij wijst op mijn tekenboekje. Ik zeg dat mijn werk niet tekenen is, maar dat ik soms onderweg naar mijn werk in Delft, op Rotterdam Centraal een uurtje stop om te tekenen.

“Delft, Jan Schoonhoven, die woonde in Delft” zegt hij, “dat was een vriend van me. Daar kwam ik vaak. Zijn vrouw Anita zong altijd gospels. Zijn zoon Japie is niet zo van het tekenen. Hem kom ik nog wel eens tegen in Rotterdam, hij zit nu in de muziek.”

“Ik was ooit bij Jan Schoonhoven thuis en we zaten aan tafel toen er een inktpotje omgestoten werd. Allemaal inktvlekken op de muur. Maar Jan vond het niet zo erg. Hij maakte van iedere inktvlek een insect. Dat was Jan.”

 

Kronkels en ander werk

Hij vertelt dat hij ook wel eens ‘zomaar wat tekent’… kronkels noemt hij dat. “Als ik nou een blaadje papier had, dan had ik even kunnen laten zien hoe dat gaat.” Ik bied hem mijn schetsboek aan en mijn tekenpotlood.

Begin van Kronkel van Jaap Weg“Ik begin met een cirkel. Nu mag u aanwijzen waar de neus moet komen [“hier”] OK, twee gaatjes, dat is de neus. Waar mag ik een oog neerzetten? [“hier” – het oog aan de rechterkant]. OK, hier, klassiek. Het andere oog? [“hier” en ik wijs waar normaal gesproken het tweede oog zou moeten komen] Dat wordt wel erg klassiek zo, het mag ook heel ergens anders hoor! [“ok, dan hier, een soort Picasso” en ik wijs op de rand van de cirkel]. OK, en nu nog de mond; niet op de standaard plaats hè. [“hier” en ik wijs naar helemaal bovenin de cirkel]. OK, prima.”
“De neus is om te ademen, ik adem vanuit de neus…” en hij begint een lijn te tekenen die vlakbij de neus begint “… dan langs het oog, het andere oog en de mond en weer terug naar bij de neus”. “Dit is wat ik nu van u heb gehad. Nu ga ik mijn kronkel maken.”

Kronkel van Jaap WegEn hij begint op hetzelfde blad een variant te maken op de kronkel rond neus, ogen en mond.

“Nog een vierkant stuk eronder… en nu hebben we een plastiek. Die hebben we samen gemaakt. Ik zal er nog even mijn naam onder zetten. Dat is nou een kronkel.”

“Noemde Simon Carmiggelt zijn verhalen niet ook kronkels?”

“Ja, ja, inderdaad”.

Ik ben benieuwd naar zijn andere manieren van tekenen. Hij had al gezegd alleen maar mensen te tekenen, maar werkt hij dan in studio’s, gaat hij ergens in de stad zitten, huurt hij modellen?

“Nee, ik werk alleen thuis. Vanuit mijn fantasie. Ja, portrettekenen doe ik ook wel eens. Dat kunnen we nou niet doen, dat duurt te lang. Met zo’n portret ben ik zo’n 40 minuten bezig.”

 

Een stuk geschiedenis

Als ik hem vraag of hij een opleiding in tekenen heeft gehad zegt hij dat hij de Vrije Academie in Den Haag heeft gedaan. In eerste instantie kwam hij daar als electricien, maar soms zorgde hij dat hij er langer bezig was dan nodig, zodat hij kon zien wat er allemaal gebeurde rond dat tekenen, het boeide hem. Later is hij zelf die opleiding gaan doen.

Als ik hem vraag of hij onlangs nog naar de tentoonstelling van Jan Schoonhoven is geweest, zegt hij dat dat niet zo is, maar dat hij wel binnenkort naar de tentoonstelling van Hieronymus Bosch gaat. Die rare wezens in zijn schilderijen spreken hem wel aan.

Op een of andere manier komen we te spreken over het Rijksmuseum. Vroeger, voor de verbouwing had je daar enorme zalen waar hij vaak naar toe ging. Nu zijn de zaaltjes allemaal relatief klein. “Dat is niets, dan staan er massa’s mensen in zo’n klein zaaltje en de voorsten staan dan nog het foldertje te lezen ook. Foldertjes lezen moet je thuis doen! Maar goed, als ik er dan aan kom met mijn stok, tikkend op de grond tijdens het lopen, dan sta ik toch binnen de kortste keren vooraan. Haha!”

“Dat zijn de voordelen van een gevordere leeftijd”, zeg ik lachend. Hij bevestigt, maar voegt er aan toe dat het ook nadelen heeft. “Als ik door Rotterdam Centraal loop, tikkend met mijn stok over de blindemansstrepen op de grond, dan moet ik toch oppassen als het druk is hoor. Iedereen loopt met rugzakjes en je wordt zomaar omgestoten.”

Ik vraag me af of hij expres met zijn stok tikkend over die strepen loopt om vrije doorgang te krijgen, maar vraag het hem niet. Blind is hij niet, hij herkende de mensen op de foto’s op mijn smartphone onmiddellijk.

 

Afscheid

Even over half negen neem ik afscheid van hem, ik bedank hem voor het plezierige gesprek en wens hem nog een fijn verblijf in de Huiskamer toe.

Bij het weggaan legt hij nog uit dat hij speciaal díe stoel bij die pilaar altijd wil, omdat hij dan met de rug tegen de pilaar aan zit. Dan kan hij niet achterover vallen. “Het is niet dat ik zo eigenwijs ben, of zoiets…”

Op Internet vond ik later op enkele plekken nog iets over hem terug. Het is een bijzondere man, die ooit afscheid nam van de kunstwereld om te gaan werken als ambtenaar, omdat hij als kunstenaar teveel concessies zou moeten doen als hij ervan zou willen kunnen leven. Tot 2007 heeft daarna vrijwel niemand meer zijn werk gezien. Dat vond hij niet zo nodig.

Ik heb genoten van de ontmoeting. Wat een heerlijk geschenk aan het begin van de week.

Enkele uitspraken die ik in artikelen over Jaap Weg vond via de links die eronder staan:

Als hij zich prettig voelt en het is doodstil om hem heen, dan kan Jaap pas werken. “Ik ga er altijd vanuit dat ik niet besta als ik begin met tekenen of schilderen. Dan zeg ik tegen mezelf: `Jaap, je bestaat niet’, waardoor ik in een sfeer kom waarin ik me senang voel. Ik kijk naar de zinken of koperen plaat voor me en zie dan opeens allemaal beelden verschijnen die ik snel moet noteren. Opeens zie ik een vallend mens en dan teken ik dat. Ik bedenk niet van tevoren om bijvoorbeeld een man met krukken te tekenen, dat zijn gewoon gevoelens. Kunst is een moeilijk woord.”

Jaap Weg kan alleen werken in een doodse stilte. “Ik probeer mezelf helemaal Weg te cijferen voordat ik begin.” Op kobolds lijkende wezens bevolken de werken, die aan de muur hangen. Ze buitelen over elkaar heen, sommigen met verwrongen gezichten, die aan koortsdromen lijken te zijn ontsproten. Andere zijn net menselijke portretjes. Weg: “Soms verschijnt er een gezicht op het papier dat me bekend voorkomt. Dat kan een voorbijganger zijn die ik ooit op straat ben gepasseerd.”

“Ik bedoel er niets mee. Ik houd me niet bezig met een wereldbeeld en ik heb absoluut geen boodschap. […] Ik ben gewoon Jaap Weg die graag tekent.”

http://grafischatelierminnigh.nl/

http://ariezonneveld.nl/1930039.htm

Een artikel uit het AD van 2007 “Jaap Weg laat werk na 45 jaar voor het eerst aan buitenwereld zien”.

En een artikel in Out of Art (zie hieronder)

 

 

 

 

Advertenties

Plaats hier uw reactie (LET OP! de reactie is voor iedereen zichtbaar)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: