Archive for the 'Haibun (haiku-verhalen)' Category

Alleen wij weten waar

29 januari 2016

langs een bosven
verstrooiden we om beurten
wat as — alleen wij
weten waar hij nu nog
te ontmoeten is

***
We fietsen in het bos bij Herperduin, zoals wel vaker, mijn vader en ik. Over de zandpaden, tussen dennenbomen, eiken en berken, langs het Ganzenven, het Klompven. Met mijn moeder hebben we afgesproken dat we dit keer wél op tijd zijn voor het eten. We rijden niet wéér door naar de Duitse grens. Dat was éénmalig, om het idee. De laatste kilometers van de terugweg waren een ware kwelling geweest, vooral voor hem. Het was toch verder dan gedacht. Maar we hadden ook genoten. Op onze manier: zonder veel te praten.

***
Sinterklaasavond bij opa en oma. Iedereen is er: mijn zussen met hun partners en hun kinderen, wij met onze kinderen. Als mijn vader — opa — na de toiletgang quasi-verbaasd binnenkomt met de mededeling dat er manden met cadeautjes in de gang staan, breekt het kindergeweld los. Steeds roepen de kinderen om het hardst voor wie het volgende cadeautje is. Mijn vader heeft zich op dat moment al teruggetrokken in zijn stoel. Hij heeft zijn gehoorapparaatje uitgezet zodat hij nu ook met zijn nog enigszins werkende oor niets meer hoort. Stil en met een glimlach volgt hij vanuit zijn opa-stoel het gekrioel van de kinderen; het plezier dat ze hebben bij het lezen van de gedichtjes; de stiekeme knipoogjes van de ouders. Totdat de kleinste roept: “Opa! Opa! Deze is voor jou!”. “Hè, wat? Echt waar?”. Onopvallend draait hij aan het knopje van zijn gehoorapparaat. Hij doet het spotje boven zijn stoel aan, leest zijn gedichtje, pakt zijn cadeautje uit en speelt ‘blij’. Dan trekt hij zich — met een glimlach — weer terug in zijn stoel. Gehoorapparaatje uit.

***
Mijn vader is zojuist thuisgebracht door een onbekende vrouw. Hij wandelde bij de serviceflat, een kilometer van huis, maar wist niet meer hoe hij thuis moest komen. Hij vindt dat logisch want hij komt daar nooit, maar realiseert zich niet dat het feit dat hij daar nú wel liep, deel is van het probleem. Steeds vaker verdwaalt hij nu ook in huis, en in zijn dagelijkse activiteiten. Messen en vorken worden op onverwachte plekken in huis teruggevonden. Als hij boven is, is hij vergeten waar hij is; en waarom.

***
We parkeren bij het bosbad en wachten tot we er allemaal zijn. Gezamenlijk steken we de weg over om na de slagboom over het zandpad het bos in te lopen. Mijn moeder, wij — de kinderen — en de kleinkinderen. Nog één keer is ook mijn vader erbij. We volgen het pad naar het Klompven. Op het strand zijn de resten nog zichtbaar van de scoutingplek waar hij ooit zoveel tijd doorbracht. Op een soort schiereilandje met uitzicht op de scoutingplek houden we halt. We draaien het deksel los en laten de koker van hand tot hand gaan. Om beurten strooien we wat as.

***
Het is zaterdagochtend. Ik lig in bed en ben nog wakker aan het worden. Ik hoor wat gerommel aan het voeteneind van mijn bed en kijk op: daar staat mijn vader, met een vrolijke grijns op zijn gezicht.

“Hè, dat kan toch niet?”, zeg ik.

“Nee, klopt”, zegt hij lachend, “maar ik wilde toch nog één keer langskomen”. We lachen naar elkaar. Ik hoor de slaapkamerdeur en hij is weer weg.

(geschreven als bijdrage voor het boek Langszij de tijd (Simon Buschman en 87 mede-auteurs) — uitgegeven op 4 september 2016)

De bijdrage in het boek is ietwat anders dan hierboven. In plaats van de laatste alinea staat daar een tanka. Bij nader inzien vond ik het positieve gevoel van de in de hierboven beschreven gebeurtenis in de tanka niet goed overkomen, waarna ik hem herschreef als een stukje proza. De tanka was:

***
half dromend hoor ik
mijn overleden vader
praten aan mijn bed:
het kan niet, weet hij, maar hij
wil er tóch nog een keer zijn

Advertenties

Gijs

4 augustus 2015

Langs het schelpenpaadje staan reusachtige platanen en aan de oever wat riet. Aan de overkant van het water zie ik een troepje ganzen wat grazen en om zich heen kijken. Er liggen wat eenden in het keurig gemaaide gras, een enkele meerkoet rent het water in en even verderop lijkt één gans zich wat aan de groep te hebben onttrokken.

Aan het eind van het paadje, net voor de bocht, komt een kleine, oude vrouw me tegemoet. Ze laat haar hondje uit. We glimlachen naar elkaar, knikken elkaar gedag en lopen door. Ik ben haar nog geen meter voorbij of ik hoor haar heel hard roepen:

“Gijs! Gijhijs! Kom! Eten!”

Verbaasd kijk ik om. Was daar ergens een kind? Het roepen klonk als het dagelijkse ritueel om Gijs te roepen voor zijn lunch. Ik zie helemaal geen kind. Als ze mijn verbaasde reactie ziet zegt ze:

“Hij weet het al precies hoor. Kijk maar, hij komt er al aan”

Nog zie ik niet wat er gaande is. Dan valt mijn blik op de solistische gans, zo’n honderd meter verderop aan de overkant van het water. In gestrekte draf rent hij over de grasoever richting de vrouw. De eenden en andere ganzen achter zich latend.

oud sprookje —
de ganzenhoedster nu
met grijze lokken

Nieuwe uitleg van wat ‘shou zhong’ betekent

2 juni 2015

Ik heb een nieuwe uitleg geschreven van wat shou zhong betekent. Je vindt hem hier.

nieuw leven

23 mei 2015

Het is voorjaar. Het jaargetijde voor een nieuw begin. In de tuin is het tijd voor nieuw gras. De tuin is al half omgespit. Binnen zijn de nieuwe gordijnen inmiddels opgehangen. En we zijn begonnen met een nieuwe hobby: wandelroutes lopen.

Vandaag wandelden we een route bij Delft: de gruttowandeling. Overal zien we tekenen van nieuw leven. Overal is het lente. Een grutto vliegt luid roepend over ons heen. Zijn we in de buurt van haar nest? Een zwanenpaar drijft rond in de sloot, hebben zij geen nest? En overal langs de route staat fluitenkruid, soms menshoog.

in de sloot
………ganzenkuikens
in de struiken
………een slipje

Klik op de foto’s om ze groter weer te geven.

Slecht wandelweer

16 mei 2015

polderwandeling —
een broedende zwaan maant ons
terug te gaan

Vandaag in miezerregen een wandeling gemaakt door de Krimpenerwaard, vanaf knooppunt 61 (Gouderak), naar 62, dan 63, dan… oeps… toen — halverwege — konden we niet verder vanwege een broedende zwaan midden op het pad. De eerste twee broedende zwanen hadden we nog kunnen omzeilen, deze niet. We zijn maar weer teruggegaan. Een uurtje of twee gelopen. Doorweekte voeten (echte wandelschoenen hebben we nog niet). Aan het eind van de wandeling een kort gevecht: tussen een reiger en een moedereend. De reiger won en ging er met een eendenkuiken vandoor.

Klik op de foto’s om ze te vergroten.

Rattenvangers

14 mei 2015

We hebben ons voorgenomen wandelroutes te gaan lopen. Vandaag zijn we begonnen met een korte wandeling (6 km) door de Krimpenerwaard, bij Berkenwoude. Prachtig weidse landschappen en prachtig weer. Is dit werkelijk nog de Randstad? De routebeschrijving die we gedownload hebben van klikprintenwandel.nl vertelt ons dat hier een buizerdstel huist en wijst ons op de krabbescheer in de sloot, een goed teken. De beschrijving legt ook uit dat de waterkeringen ondergraven worden door muskusratten, dat de grond daardoor op verschillende plekken verzakt en dat de koeien daardoor gewond raken. Er moesten dus wel maatregelen genomen worden.

polderlandschap —
de felrode vlaggetjes
van rattenvallen

Klik op de foto’s om ze te vergroten.

het stormt

20 augustus 2014

Ze begrepen elkaar verkeerd en toen was het mis. Verwijten over en weer.

Sinds gisteravond wordt er geen woord meer gewisseld. Ook nu — vroeg in de volgende avond — nog niet. Onze bemiddeling is mislukt.

image

We dreigen de beide tienermeiden met naar huis gaan. Weg van de camping. Einde vakantie.

Als twee uur later de wind gaat liggen, kan er gebadmintond worden.

Haibun ‘Gewoon vrienden’

30 november 2012

Gewoon vrienden

(haiku: SHINDO kuniko, proza op basis van de haiku: Arnold Vermeeren)

Het is dertig jaar geleden dat we elkaar voor het laatst gezien hebben. We hebben wat om elkaar heen gedraaid destijds, maar tegen mensen die dachten dat het ‘meer’ was zeiden we altijd dat we gewoon vrienden waren.

Vandaag wordt ze vijftig. Ze is weduwe. Ik zie er een beetje tegenop om naar het feest te gaan, het voelt wat ongemakkelijk. Karin, mijn vrouw gaat niet mee, zij kent haar alleen van de verhalen.

Een uur na het begin is het nog vrij leeg in het zaaltje. Hier en daar zit een klein groepje gasten. Voornamelijk familie, schat ik in. In een hoekje een paar oude vrienden. Het traditionele begin met koffie en gebak is achter de rug, daar zal wel veel van over zijn.

Dan vraagt ze uitgerekend míj om met haar de dans te openen.

Als de barkeeper de laatste ronde aankondigt, dansen we nog steeds. We voelen elkaars warme lijven en het voelt goed. We zijn de enigen die dansen. De anderen zitten langs de kant met wijn of bier. Wachten ze tot het voorbij is? Iemand onderbreekt ons om afscheid te nemen. Meteen vormt zich een rij.

Als de laatste weg is, gaan wij verder.

de ring gaat echt niet
van mijn vinger… de avond
is te warm

SHINDO kuniko (Fuyoh, 2012, Issue 93)

Originele haiku:
dou shite-mo nukenu yubiwa-ya yuuhakusho
the ring just won’t come off / my finger… the evening / a little too warm

Met dank aan Jac Vroemen, Bouwe Brouwer, Ria Giskes en Dorine Haveman voor suggesties en commentaar. 

 

WriMo haiku 29: ochtendzon

29 november 2012

ochtendzon —
het mistveld van gisteren
vervliegt

(voor uitleg zie: NaNoWriMo challenge)

WriMo haiku 30: de stilte (slot)

28 november 2012

de stilte
voor de storm
na de storm

Ria Giskes, Vuursteen , Lente 2012

(voor uitleg zie: NaNoWriMo challenge)